Wie een kat in huis heeft, kent het beeld: urenlang opgekruld op de bank, in een zonnige hoek of midden op je toetsenbord. Katten slapen gemiddeld tussen de twaalf en zestien uur per dag, en sommige oudere dieren komen daar nog ruim boven. Dat is geen luiheid, maar diep verankerd gedrag.
Een erfenis van de jacht
Katten zijn van nature jagers. In het wild kost het besluipen en vangen van een prooi korte, intense uitbarstingen van energie. Tussen die jachtmomenten door sparen ze hun krachten door veel te rusten. Ook al krijgt jouw kat zijn eten netjes in een bakje, dat instinct blijft. De vele slaapjes zijn dus een manier om altijd klaar te zijn voor actie.
Licht slapen en echt slapen
Niet alle slaap is hetzelfde. Een groot deel van de tijd dommelt een kat licht: de oren bewegen nog en bij het minste geluid is hij wakker. Slechts een klein deel bestaat uit diepe slaap, herkenbaar aan trillende snorharen en bewegende pootjes. Dan droomt je kat waarschijnlijk.
Wanneer je beter oplet
Veel slapen is normaal, maar een plotselinge verandering kan iets betekenen. Let op signalen zoals:
- Je kat slaapt opeens veel meer en is suf bij het wakker worden
- Hij trekt zich terug op verstopte, ongebruikelijke plekken
- Het slapen gaat samen met minder eten of drinken
In zulke gevallen is een bezoek aan de dierenarts verstandig. Maar zolang je kat speels, alert en met smaak aan tafel verschijnt, is dat lange middagdutje gewoon precies wat het hoort te zijn.